Categorie archief: klimaat

Als één plus één niet langer twee is

Het heeft een maand langer geduurd dan normaal om een blog te produceren. Ik hield de ontwikkelingen in de buitenwereld gewoon niet meer bij: ze gingen sneller dan ik kon beschrijven.

Dit stukje gaat dan ook over de betekenis van woorden. En over de ingrijpende inflatie van de waarde van woorden. Want het is zeer de vraag of dit soort stukjes nog enige toekomst heeft.

Ik probeerde zaken die mij opvielen te beschrijven, te duiden en in een ruimer kader te plaatsen. De samenleving verandert permanent en die veranderingen zie je terug in al die kleine verschuivingen in het dagelijks leven. Mogelijk zegt de optelsom van al die kleine verschuivingen iets over de richting waarin de samenleving zich ontwikkelt. Daarmee legde ik voor mijzelf een fundament om beter onderbouwd besluiten te kunnen nemen in mijn dagelijks werk voor een maatschappelijke organisatie.

Heldere redeneringen waren daarbij van belang, want mogelijk hadden anderen ook iets aan deze denkoefeningen. En dan is het goed dat elke stap gevolgd en bekritiseerd kan worden. Waarbij steeds weer blijkt hoe lastig taal is. Het voelt vaak of je een zandkasteel aan het bouwen bent met net te droog zand: ben je aan je vierde muur bezig, stort de eerste weer in.

Een zijsprong: elke week lees ik met veel plezier de stukjes van Ionica Smeets in de Volkskrant over getallen. Wiskundigen leven in een bijzondere wereld: zij hebben geen laboratorium om te onderzoeken of  één plus één altijd twee is, 12 plus 13 altijd 25, of 12 maal 13 altijd 156 is. Aan pen en papier hebben zij genoeg, of liever nog een ouderwets schoolbord waar zij hun collega’s hun becijferingen voorrekenen. Volstrekte transparantie. Begrippen als waarheid of leugen bestaan niet in de wiskunde. Dingen zijn waar of niet-waar.

Het omgekeerde zien we bij goochelaars. Met evenveel plezier als de stukjes van Ionica lees ik in Mindf*ck hoe illusionist Victor Mids de kijker op het verkeerde been zet. Vooral door onze manier van denken te misbruiken. Ons te laten focussen op plek A en moment X terwijl de kaartwissel plaatsvindt op plek B op moment Y. Het grappige is dat de goochelaar daar nog heel wat taal bij nodig heeft. Al dat ogenschijnlijke geklets om de truc heen in is van belang voor het slagen ervan.

Lastig is dat taal de uitstraling heeft van wiskunde – een appel groeit aan een boom, het ijs smelt, de zon schijnt – maar niet die zekerheid biedt van 1 + 1 = 2. Taal hebben we als mensen nodig om te kunnen overleven. In ons eentje redden we het niet op de wereld. Om voedsel te vergaren en schuilplaatsen te bouwen hebben anderen nodig. Als je samen een beer wilt doden, is taal handig. Dat achter je voor iedereen achter je is en niet vóór je.

Natuurlijk zit er een bepaalde marge in woorden. Elk woord is een beetje van elastiek en rekt mee met de context. Dus is er veel discussie over de interpretatie van feiten. Als je sporen in het bos ziet die duiden op een groot dier, dan is het van levensbelang om te weten of het om een beer of een hert gaat. En vooral ook dat iedereen het daarover eens is.

De waarheid is dus het resultaat van wat het overgrote deel van een groep als waarheid beschouwt. Als één mens met wiskundige zekerheid bewijst dat de zon het middelpunt van ons zonnestelsel is, dan is dat nog niet per se de waarheid. Daar is meer voor nodig. De geschiedenis van Copernicus en Galilei illustreert dit goed. Copernicus onderbouwde dat de zon en niet de aarde in het centrum van ons zonnestelsel stond, maar opperde het als een theoretische mogelijkheid, en kwam daar mee weg. Galileo Galilei bazuinde het van de daken. Dat kwam de meerderheid van de kerkvorsten niet goed uit. Dus botte ontkenning volgde. Hij moest door het stof en het duurde tot eind twintigste eeuw voor het Vaticaan het gelijk van Galilei erkende.

Vertaald naar hier en nu: je kunt een tijd ontkennen dat de poolkappen smelten, maar als de zeespiegel daadwerkelijk stijgt,  verschuift de discussie naar de oorzaken daarvan. Als het je positie verzwakt door de mens als veroorzaker aan te wijzen – omdat dat dwingt tot vervanging van olie, kolen en gas door wind- en zonnestroom, en dus leidt tot verlies voor olieconcerns – dan ontken je dat. En tracht je zoveel mogelijk medestanders te werven. Soms lukt dat, soms niet. Pas als de groep ontkenners zo groot wordt dat er binnen de gemeenschap geen consensus meer bereikt kan worden, staat het voortbestaan van de hele groep op het spel. Conflicten zijn dan onvermijdelijk.

Die kunnen beslecht worden met wetenschappelijk onderzoek. Dan gaat het elastiek van taal over in de staalharde transparantie van wiskunde: waar of niet-waar. Dat vergt wel dat de hele groep het eens is over de wetenschappelijk methode. Als dat gaat ontbreken, dan komen we in drijfzand terecht. Daarom is de afhankelijkheid van wetenschappelijk onderzoek van politieke besluitvorming juist nu zo risicovol.

Want feiten lijken irrelevant geworden. In 1984 van George Orwell was er een Ministerie van Waarheid dat alle feiten naar zijn hand zette. De woordvoerder van Trump ontkende vandaag – 22 januari 2017: onthoud die datum – glashard dat bij inauguratie van Trump minder publiek was komen kijken dan bij Obama acht jaar geleden ondanks de overstelpende overvloed aan foto’s en films en gegevens van politie en openbaar vervoer. “Period”. Dat lijkt klein bier, want so what?

Niks so what: een van de eerste daden van Trump was het ondertekenen van een decreet om klimaatonderzoek stop te zetten. Het voelt of hedendaagse Galilei’s weer terug zijn bij af.

Deze manier van politiek bedrijven zal weerklank vinden. Al hebben de nieuwe keizers geen kleren aan, zij ontkennen dat glashard en presenteren hun kijk op de wereld als enige werkelijkheid. In onderzoekstermen heet dat een paradigmashift: de bakens worden verzet, de wereld wordt vanuit een andere invalshoek benaderd wat leidt tot nieuwe uitkomsten. Het verstoten van de aarde door de zon uit het middelpunt van ons planetenstelsel was zo’n paradigmashift. En er volgden er nog vele.

Een vergelijkbare verschuiving in de politiek waarbij de vaste fundering op wetenschappelijke feiten als sturingsinformatie wordt verlaten brengt ons op volstrekt onbekend terrein. We zullen dat gaan merken. Ook in Nederland, en in elke raadszaal in het land. Want een beroep op feiten wordt zinloos. Wat komt daar voor in de plaats?

Op die vraag ga ik weer een maandje broeden.

 

 

 

De macht over het vuur

vuurwerkDe eerste minuten na middernacht floten, knalden en knetterden vuurpijlen, romeinse kaarsen, bloemfonteinen, 1000-klappers en hoe het allemaal mag heten om ons heen. Van de dip in de verkoop was bij ons weinig te merken. Braver geworden in de loop der jaren en bewuster van milieu beperken we ons zelf al enkele jaren met de vaste groep oudejaarsvierders tot één gezamenlijke vuurpijl waar we strookjes papier met onze individuele wensen op plakken en het zwerk inschieten. Ooit begonnen als lolletje toen de kinderen klein waren, maar inmiddels een vaste traditie, ook nu de kinderen op eigen benen staan en ergens in de stad met vrienden oud-en-nieuw vieren. Het schrijven van de wens bepaalt je even bij het voortschrijden van de tijd en bij de relatieve maakbaarheid van het leven. Zelf hou ik het erg klein. Vaak plakte ik het streven naar betere tijden op de halve marathon op de vuurpijl. Die wens kwam vaak uit; niet in de laatste plaats omdat ik mij ervan bewust was dat iets meer trainen daarbij zou helpen.

Die ene pijl is onze bijdrage aan het jaarlijkse spektakel. En als redelijke mensen kunnen wij ons wel iets voorstellen bij een strakkere regulering van zelf vuurwerk afsteken. Tot het knallen losbarst en die zeventig miljoen de lucht in gaan. Dan zijn wij weer onder de indruk en ervaren we aan den lijve door het verschuiven van de Grote Wijzer dat De Tijd onverbiddelijk één kant op gaat.

Dan beseffen we dat regulering nog heel erg ver weg is. Dit zullen mensen zich niet snel laten afnemen. “Wat zal eerder verdwijnen: Zwarte Piet of vuurwerk?”, vroeg een van ons zich af, uitkijkend over de Kostverlorenvaart waar aan weerszijden een battle woedde van meer, harder, mooier en hoger. Met zo nu en dan een zo zware dreun dat je het voelde trillen in je middenrif. “Zwarte Piet”, schatten we in. Weliswaar met twijfels. Maar dat je daar mensen mee kwetst, zal langzaam als een olievlek over het land uitbreiden. Bij vuurwerk ligt dat anders. Je veroorzaakt overlast, maar dat is nog iets anders dan beledigen en uitsluiten.

De avond voor oudejaarsdag bezocht ik een jongerencentrum in een dorp in de bollenstreek. Geregeld sneakte een paar jongens naar buiten en dan volgden er een paar oorverdovende knallen. Wat drijft hen? Het zijn jongens, en ook meisjes, met een lage opleiding, banen in de tuinbouw, de veiling, Schiphol-Oost waar je vroeg voor op moet, redelijk verdient als je veel uren draait. Maar tegelijkertijd met weinig perspectief. Als je met ze in gesprek gaat draait hun leven om werk, bier, wiet en voetbal. Ze voelen zich in de steek gelaten. Hun dorp is geen zelfstandige gemeente meer, de gemeenteraad zetelt in de centrale dorpskern 5 kilometer verderop. Raadsleden en wethouders komen zelden langs. Een eigen huis is er niet te huur. De jongeren wonen lang thuis waar de spanning vaak te snijden is.

Tegen oud-en-nieuw begint de handel in – illegaal – vuurwerk op gang te komen. De spanning stijgt. Mijn platpsychologische benadering: die spanning moet eruit. Vuurwerk geeft een gevoel van macht. Het heeft te maken met de macht die samen gaat met de beheersing van het vuur. Een dreun in de nacht die het halve dorp opschrikt: dat geeft een kick.

Het resultaat van al die knallen: twee doden en meer dan honderd mensen met blijvend oogletsel. Dus toch maar verbieden? Ik betwijfel of dat gaat lukken. Dat is de benadering van de hoogopgeleide beleidsmaker die de verlokking van de knal, van het vuur, en vooral van het gevoel van macht die het geeft, niet – meer – kent. En risico’s: daar schrikken deze jongeren niet voor terug. Ze hebben niet zo gek veel te verliezen in hun beleving. Letterlijk de lont afsteken van een mortierbom bevestigt hen in hun bestaan. Je telt dan een paar seconden even mee, je doet er toe.

Dus moeten we andere wegen zoeken. Welke gevaren hebben we de afgelopen decennia, of eeuwen onder de knie gekregen, en hoe? Bedrijfsongevallen, verkeersongevallen, infectieziekten, besmettelijke ziekten. Zeep en de aanleg van riolering waren de grote successen in de 19e eeuw. Doordat vroedvrouwen hun handen met zeep gingen wassen daalde de sterfte van kraamvrouwen sterk. Riolering en schoon leidingwater betekende het einde voor dysenterie. Vaccinaties voor difterie, kinkhoest, cholera.

Het verkeer werd in twintig, dertig jaar enorm veel veiliger door gordels, airbags, verkeersdrempels en fietspaden.

Bedrijfsongevallen namen af door helmen, veilige steigers, beschermkappen op zaagmachines en bedieningsknoppen die het onmogelijk maken om met de hand nog even snel een plank langs de cirkelzaag te halen. Elektronica schakelt machines uit als ze overbelast raken.

Kortom: we hebben die veiligheidswinst niet geboekt omdat we zijn gestopt met bevallen, poepen, drinken, zagen, autorijden en fietsen, maar omdat we met technische maatregelen de risicofactoren hebben verminderd of geminimaliseerd. Dat gaat uiteraard niet vanzelf. Stap voor stap hebben we leren begrijpen hoe processen op elkaar inwerken. Dat bacteriën ziektes veroorzaken en hoe die bacteriën reizen van de een naar de ander. Dat poep ziekmakers bevat en daarom niet vermengd mag raken met drinkwater. Dat zeep bacteriën doodt. En dat we daarom handen moeten wassen. Daarom moeten we het fenomeen van vuurwerk veel beter analyseren. Wie doet het, waarom, waar. Als we dat goed doen, kunnen we incentives bedenken om het gebruik van veiligheidsbrillen te bevorderen (vergelijkbaar met gordels en valhelmen). Misschien met een hoger eigen risico bij de zorgverzekering als je geen beschermende maatregelen neemt. Zoals bij buiten de piste skiën.

En vooral: begrijpen we de jongeren wel? Misschien is het veel interessanter om een professionele vuurwerkmaker in te schakelen die met hen een groot vuurwerk inricht.

Verbieden is een bot instrument: het is hoge cultuur die paternalistisch lage cultuur iets afpakt. De grachtengordel tegenover wakker Nederland. De drooglegging in de VS bijna honderd jaar geleden bleek een tegengesteld effect te bewerkstelligen: de illegale handel bloeide enorm op en verschafte de maffia het startkapitaal waar ze nu nog op teren.

Net zo min als Obama erin slaagt om het bezit van vuurwapens te verminderen, op de Autobahn een maximum snelheid ingevoerd kan worden, gaat een vuurwerkverbod hier slagen. Niet omdat het onzin is om het te beteugelen, maar omdat het een culturele strijd gaat worden. Het gaat over macht, over een culturele elite die haar wil oplegt aan een deel van de bevolking dat ver af staat van de macht. Daarom is de tactiek van Pieter Broertjes interessant: wel in stadscentra waar grote groepen mensen samenkomen voor een eindejaarsconcert met afsluitende vuurwerkshow en handhaving daadwerkelijk mogelijk is.

En voor het overige stap voor stap naar een semi-professionele aanpak. Waar jongeren bij betrokken worden, hun ouders en buurt- en dorpsgenoten komen kijken en er mogelijk een vorm van gemeenschapsgevoel rond kan ontstaan. En je een loser bent als je op je eentje nog ergens een lawinepijl afsteekt.