Boodschap

Ik ga een vergeten boodschap doen en vind op straat
een dichtbundel van Rutger Kopland.
Even verderop oude dozen en zakken, halfgescheurd.
Kleren, videobanden, speelgoed puilen eruit.
Iemand heeft zijn verleden opgeruimd.

Meteen denk ik aan onze buurman, ook dichter.
Buurman spookt al dagen door mijn hoofd.
Een depressie had hem naar de dood gedreven.
Demonen uit het verleden hadden hem achterhaald.
Zonder dat we het hadden gemerkt.

Tante Corrie is ook dood. Een dag na buurman.
Haar hart begaf het.
Ze was mijn liefste tante toen ze nog veel groter was dan ik.
Ze liep de hele stad af op zoek naar precies die dinky toy die op mijn verlanglijstje stond. Die kon ze niet vinden, dus ik moest heel dankbaar zijn met het andere autootje dat zij had gekocht.
Lang geleden heb ik die verkocht, zonder de waarde ervan te kennen.

Minstens één keer per jaar vertelde zij hoe ik
in een vakantiehuisje
speelde met een schoenendoos vol sokken.
Dat die een veewagen was, en de bolletjes sokken koeien.
Koeten, zei je, koeten!
Merkte ze niet dat hoe ongemakkelijk ik dat vond?

Had ze er toen al last van?
Vaak riep zij de laatste jaren over de telefoon:
IK LOOP DE KREEK IN!
Mijn moeder werd daar zenuwachtig van.
Ik stelde haar gerust: als mensen zeggen dat ze er een eind aan maken,
is dat een hunkering naar aandacht.

Tante Corrie was 94. De dood vond het welletjes.

Ik ga op haar begrafenis een gedicht voorlezen van buurman.