De hardste schreeuwers

Abdelkader Benali won de Bijbelquiz van de EO. Grappig dacht ik nog: moslim wint bijbelquiz. Was het vast veel oude testament. Ik las het op de site van POW waar ze er nogal een nummer van maakten, en vooral hun reaguurders. Dat moslims het oude testament met christenen delen ontging de meesten:20151025_160112 die veronderstelden doorgestoken kaart van de politiek correcte EO zodat een moslim kon winnen. En nog meer bagger. De onderstroom in de samenleving die zich deze week nadrukkelijk aan de oppervlakte manifesteerde. Het vluchtelingenvraagstuk is alom aanwezig. Ook in een bijbelquiz.

Misschien waren de reaguurders getriggerd door de presentatoren die het vraagstuk geregeld aan de vragen vast te knoopten. Niet toevallig natuurlijk; de barmhartige Samaritaan die zijn peperdure jas aan een dakloze gaf, is natuurlijk hét rolmodel voor christenen. Dus pleitte Jacobine Geel tussen de quizvragen door voor een humane oplossing. Applaus in de zaal. Toch is de stemming sterk aan het kantelen. Kregen de vrijwilligers bij de opvangcentra de eerste week de knuffels niet weggewerkt: inmiddels lijkt half Nederland xenofoob. En ik hoor en zie dat dat leidt tot verwijdering tussen mensen. Hoogoplopende discussies tussen de biljarters in het wijkcentrum, ongemakkelijke gesprekken aan de eettafels voor ouderen. Daar maak ik mij ongerust over. Het splijt de samenleving, nu al, in het dagelijkse leven. Hoe kan dat zo snel gaan? En poging tot verklaring.

Je ziet heel verschillende culturen en stijlen op elkaar botsen. De sussende landelijke politici die begrip tonen voor boze burgers. Dat is hun stijl. Zo zijn ze gebakken. Vaak met het argument dat mensen niet zozeer boos zijn, maar bang. Afgezien van de vraag of dat niet misplaatst paternalisme is, is sussen sowieso niet zo handig. Is er al één burger in Nederland lastgevallen door een vluchteling? Door dat begrip te tonen bevestig je juist de negatieve beeldvorming die is gewekt, niet alleen door Wilders maar ook door andere collega’s die denken potentiële PVV-stemmers te kunnen paaien met idiote opmerkingen over borstimplantaten bij vluchtelingen op “onze kosten”. Dat beeld heeft zich in de hoofden van mensen vastgezet, ook al is dat al talloze keren gecorrigeerd.

En dan de burgemeesters die sporthallen afhuren om met de burgers een boom op te zetten over de wenselijkheid van een AZC. Dat is hun stijl. Zo zijn ze gebakken. De kloof tussen kiezer en bestuur dichten. Maar het gaat niet om de aanleg van een woonerf. Je kunt een kinderdagverblijf tegenwoordig al amper ergens kwijt door massieve tegenstand. Met zo’n bijeenkomst mobiliseer je alleen de tegenstanders – voorstanders hebben geen zin in een rol als schietschijf- en dat blokkeert de ruimte voor de volksvertegenwoordiger om alle belangen goed af te wegen en tot een wijs besluit te komen. Durf als raadslid straks maar eens voor te stemmen. Denk na hoe je bewoners informeert: dat kan ook met kleine buurtbijeenkomsten voor genodigden waarin ruimte is voor een gesprek met vier, vijf mensen tegelijk.

En nu ook even inzoomen op die harde schreeuwers in Steenbergen. De schrijver Elias Cannetti beschreef in de jaren zestig in Massa en Macht al dat een massa heel ander gedrag vertoont dan een losse verzameling individuën. Als individu in een massa wordt je als het ware besmet met het gedrag om je heen. Slaat de massa op de vlucht: je vlucht mee. Is de massa woedend: voor je het weet schreeuw je mee. Is de massa geestdriftig: je juicht mee. En juist die stijl van het mennen van de massa gaat de harde kern van tegenstanders goed af, op zo’n informatieavond. Geoefende F-siders, bruut, hard, intimiderend. Ze krijgen de zaal mee. In de beeldvorming legt vrijwel elke burgemeester het daartegen af. En dat verzwakt het vertrouwen in de autoriteit. Dan gaat het niet meer om argumenten, om kennis, maar om uitstraling.

De Duitse filosoof Peter Sloterdijk beschrijft in Woede en Tijd in 2007 hoe de volksmenner stap voor stap door het creëren van angst meer draagvlak opbouwt. Hij stookt het vuur steeds verder op, en de beeldvorming doet de rest. En angstige politici die bang zijn om stemmen aan hem kwijt te raken schuiven steeds verder op in zijn richting. En bevestigen hierdoor weer voor de bange burger dat er iets te vrezen valt. En zo verder en verder.

Natuurlijk keren veel burgers zich van die F-siders af, maar het totaalbeeld van agressie is gevestigd. Mensen worden bang, van die schreeuwers, maar die angst projecteert zich op de vluchtelingen. Want dat is toch de oorzaak van het geschreeuw en intimidatie? In chaos denkt niemand meer rustig na. Voor je het weet slaat de paniek toe. Als we die vluchtelingen er niet inlaten, verdwijnt de intimidatie ook. En dan delft het redelijke argument, het mededogen, het debat, het onderspit.

“Weet je wel wie wij hebben teruggestuurd in 1939”, zegt een biljarter tegen een buurtbewoner die mij vraagt of we al die vluchtelingen niet moeten terugsturen. “Joden. In 1939 hebben wij Joden teruggestuurd. Daar schaam ik mij nu nog kapot voor.” De ander haalt zijn schouders op.

De eerste stenen zijn al door de ruiten gegaan. Niet gegooid door vluchtelingen, niet door de ruiten van bange burgers. Maar door de ruiten van redelijke en moedige mensen, gegooid door onredelijke mensen. De hardst schreeuwers zijn niet altijd het bangst.